Vietnam op zijn smalst

Beste vrienden,

De titel van deze aflevering zou het vermoeden kunnen doen postvatten dat er wat mis is met de algemene generositeit in dit deel van Vietnam. Niets van dit alles, het is slechts een kenschetsing van de breedte van Vietnam alhier, Oost-West gemeten. Terwijl het land zich Noord-Zuid uitstrekt over 1650 kilometer, is hier de breedte een luttele 100 kilometer. 

De stad Hué was gedurende de jaren 1802-1945 zetel van de laatste keizerlijke dynastie: de Nguyen dynastie. De laatste keizer was Bảo Đại. Hij trad af in 1945. De laatse telgen hadden geen overigens werkelijke macht, want die was in handen van de Fransen. Vandaag gaan we met gids May en chauffeur LeLoi de keizerlijke opstallen bekijken. Er is veel verwoest tijdens de Vietnam-oorlog, hier Amerikaanse oorlog geheten. Maar het klimaat is ook niet bevorderlijk voor houten gebouwen. 


De een na laatste keizer, Khải Định, was een dandy die veel geld spendeerde aan zijn eigen mausoleum. Hij stierf  voordat het af was, en zijn zoon maakte het af. Het is opgezet volgens de Feng Shui regels en bestaat voor 90 procent uit materialen geimporteerd uit het buitenland. 



De buitenkant is grotendeels zwart gekleurd beton en de binnenkant is van binnen gedecoreerd met mozaïeken. De steentjes zijn afkomstig van speciaal voor het doel gemaakte ceramiek potten, die vervolgens zorgvuldig in stukken werden gebroken. Voor de bamboe afbeeldingen werden bierflessen uit Japan gebruikt: precies de goede kleur, en hier en daar is nog het 'Tokyo' in het glas te lezen.





Vanaf het mausoleum heb je uitzicht over de heuvels ertegenover, die toevallig ruwweg de vorm van een draak (links) en een tijger (rechts) hebben. Allemaal Feng Shui. De keizer was overigens niet erg geliefd, want zijn tombe kostte de hoofdprijs, en het volk mocht het allemaal opbrengen. Op aanraden van onze gids May starten we vroeg, want er zijn veel trappen, en het is hier nogal heet overdag.


Het zomerpaleis ligt aan de Perfume River, die af en toe overstroomt, en de hele omgeving onder water zet. De keizerlijke verblijven liggen uiteraard buiten het bereik van het water. Het paleis zelf is dus uit de negentiende eeuw, en is reeds voorzien van koelroosters in de plinten tegen de hitte. 


Er is ook een heerlijk luchtig paviloen, aan alle kanten open en met mooi uitzicht. De laatste overstroming heeft nogal wat schade aangericht aan de wallekanten van de artificiële vijver, men is druk bezig om een en ander te herstellen.     


Op het programma staat ook een excursie naar een particuliere familie waar je zelf green bean cake kan maken. Dat blijkt erg leuk te zijn. De groene bonen pasta is al geprepareerd en je kneedt het in de vorm van een vrucht, waarna je het resultaat in agar-agar doopt. Op het gladde velletje breng je kleurstof aan met een wattenstaafje, steekt een blaadje in de bovenkant en voilà, een heerlijke lekkernij. Dit wordt ook gebruikt als offerande als je een Boeddhistisch heiligdom gaat bezoeken. 



Zoals de Thien Mu pagode aan de Perfume River. Deze heeft zeven verdiepingen. Zeven is in het Boeddhisme een heilig getal, en hier zijn ook weer de drie Boeddha's te bewonderen, die van het verleden, heden en toekomst. 





We zien hier als offerande een fraaie stapel waterflesjes. Die komen denkelijk uiteindelijk ten goede aan de monniken die hier wonen, en de boel beheren. De eerste hoofdmonnik die de bouw leidde ligt op het terrein begraven, onder een minipagode. Met zes verdioepingen, eentje minder dan zeven. Hier staat ook de auto gestald waarmee de monnik Quảng Đức naar een druk kruispunt in Saigon reed en zichzelf in brand stak (1963), uit protest tegen de discriminatie van Boeddhisten in Zuid-Vietnam. 


We zijn all lekker bezweet, en moeten af en even toe voor een ventilator gaan zitten. Toch hebben we nog puf voor het Imperial City, de hoofdzetel van de Nguyen keizers.

Het terrein is 500 ha groot en bestaat uit drie concentrische gedeelten: de Citadel, de Imperial City zelf en daar binnenin de Purple Forbidden City waar de keizer resideerde. 


Er is helaas ook hier gebombardeerd, maar sinds 1993 staat het hier allemaal op de Unesco World Heritage list, en zijn er volop restauraties aan de gang. De houten steunpilaren van de paleizen zijn een dingetje: ze moeten van iron wood zijn, anders zijn ze binnen de tien jaar opgevreten door de termieten. Ze zijn waar mogelijk bewaard gebleven, maar vervangingen moeten  uit Laos komen. Dat is echter vlakbij, zo vlakbij dat buitenlanders die langer in Vietnam willen verblijven dan hun toeristenvisum toestaat, bij Hue even de grens overhoppen en meteen weer terugkomen, met een vers visum. Hier nog een kijkje in het nieuw herbouwde theater.






Reacties

  1. Cultuur, geschiedenis en nog meer. Wat een mooi verslag luitjes! Ik geniet ervan. Liefs, Elly

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Naar Vietnam

Het mausoleum van Ho Chi Min en de Van Mieu tempel

Cuc Phuong National Park en Van Long Nature Reserve