Het tempelcomplex van Mỹ Sơn
Beste vrienden,
Van onze lieve gids May is het niet verplicht, maar we staan vanmorgen weer extra vroeg op. In de vroege morgen is het namelijk nog redelijk koel bij het tempelcomplex van My Son en niet zo druk.
Om 06:15 uur is de ontbijtzaal nog niet open, maar er staan twee tasjes ontbijt voor ons klaar in de lobby. My Son betekent niet 'mijn zoon', maar 'prachtige mystieke berg' en de tempelruïnes liggen dan ook beeldig in een mooie vallei.
Strikt genomen is My Son helemaal niet Vietnamees, maar werd tussen de vierde en twaalfde eeuw gebouwd door het Champa volk, dat naar verluidt uit Zuid-India afkomstig was. De Champa waren een zeevarende natie, met handelsbetrekkingen tot aan de Philipijnen. In de veertiende eeuw trouwde koning Jaya Sinhavarman III met de Vietnamese prinses Huyen Tran, en vanaf die tijd controleerden de vietnamezen de troonopvolging. Det zal wel te maken hebben gehad met het feit dat bij de Champa het matriarchaat heerste.
In de tempels werden Hindoe-goden vereerd, en wel door de koning en zijn gevolg. Het gewone volk had geen toegang. Elke consecutieve koning had zijn favoriete god, maar Shiva komt uiteraard vaak voor. Hier een Shiva beeld helaas zonder hoofd, en een reliëf dat het mythische dier Gajashima voorstelt, half olifant, half tijger. De olifant staat voor water en de tijger voor aarde.
Het complex was eigenlijk vergeten door de Vietnamezen, totdat de Fransen er in de negentiende eeuw per toeval op stuitten. Ze lieten moderne archeologische methoden los op de overgroeide ruïnes en ontdekten steles met het typische Indiase draadjesschrift.
bij de hoofdtempel treedt een dansgroep op met traditionele dansen en bijbehorende muziek. De hoofdrol is weggelegd door de kèn bầu, een hobo-achtig instrument met een snerpend geluid, dat met gemak boven de bellen, gongen en trommen uit komt.
Na de korte voorstelling mogen we met de groep op de foto. Later zien we ze weer terug in het theater. De ken bau speler perst een lange toon uit zijn instrument, die ruim een minuut aanhoudt. Hij wordt luid aangemoedigd door een volle zaal toeristen die inmiddels in grote getalen het complex overspoelen.
De tempels zijn Unesco Heritage en worden zorgvuldig één voor één gerestaureerd. Dat kan nog wel even duren, wat het zijn er in totaal 71. Het procedé van de oorspronkelijke bouw is nog steeds niet helemaal opgehelderd: de tempels zijn van baksteen, maar er is geen plurkje cement aan te pas gekomen, en hebben toch de vele eeuwen doorstaan. Hier en daar zie je oude restauraties met cement, maar dat ziet er eigenlijk niet uit. Tegenwoordig heeft men het procedé aardig onder knie, ook dankzij hulp uit India, waar soortgelijke tempels staan.
Dan rijden we nog even langs de Silk Road kleermakerij in Hoi An om Marca's nieuwe broeken en een hesje op te halen. Het past allemaal perfect! En het is tijd om afscheid te nemen van May. Ze heeft enorm haar best gedaan om ons van allerlei gedoe te ontlasten, en was een vraagbaak met altijd het goeie antwoord. Morgen stappen we in Da Nang op het vliegtuig naar Ho Chi Ming stad voor de laatste, zuidelijke etappe van Vietnam.










.jpg)









Reacties
Een reactie posten