Highlights van Saigon

Beste vrienden,

Zoals gezegd was er gisteren weinig tijd om behoorlijk verslag te doen van onze eerste avonturen in Saigon. We waren lang bezig om de felbegeerde QR-code voor de toegang tot Cambodja op onze telefoon te krijgen. De website waarmee dat moest  was allesbehalve intüitief, maar het is uiteindelijk gelukt. 


Gisteren begonnen we ons bezoek aan Saigon bij de Giac Lam Pagode en tempel. Niet om paaseieren te zoeken, maar om iets van de boeddhistische devotie te beleven. Binnen was er een sessie gaande met een groep familieleden en een monnik, die gebeden stond te chanten. Dat was ter nagedachtenis aan een overleden familielid. Gedurende enige tijd wordt dit elke zes dagen herhaald. In het hiernamaals wordt de overledene geconfronteerd met het geleefde leven. Als er veel goede daden zijn verricht, volgt een reïncarnatie naar een beter leven (bijvoorbeeld als een Einstein). Zijn er smetjes, dan volgt een mindere reïncarnatie. Zelfs terugkeer als dier is mogelijk. Tja, en de rest moet eerst eens flink onderhanden worden genomen in de hel. Maar het helpt natuurlijk altijd als er familieleden voor je bidden. 


  

De Chùa Ngọc Hoàng tempel is veel kleiner en eigenlijk maar iets meer dan honderd jaar oud. 


Hier wordt de Jadekeizer (Shangdi) vereerd. Shangdi is de oppergod in het Taoïsme. Het heiligdom is dan ook opgezet door Taoïsten uit China. De vele beelden zijn niet van hout of van steen, maar van papier-machée, maar dat moet je echt weten, anders zie je het niet. Tegenwoordig is het een Boedhistische tempel, en druk in gebruik door volgelingen van Boeddha. Je mag als toerist naar binnen, maar schoenen uit, en geen foto's. Gelukkig vond ik op internet toch een plaatje van het interieur. Op het voorplein is een schildpaddenvijver, voor geluk en voorspoed, maar die schildpadden deden het niet zo best, er zwemmen nu zwarte en witte meervallen. De brandende kaarsen staan allemaal buiten, tegen het roeten.



Er worden offers aangenomen, maar offers met vlees zijn niet welkom: er staat geen ijskast in de tempel. Op de vele markten overal in het land overigens ook niet, vandaar dat de vlees- en vismarkten om tien uur 's ochtends klaar zijn. 

We blazen even uit in een cafeetje en drinken de typische Vietnamese filterkoffie, lekker loeisterk (zie foto gisteren). In de zaak staat ook een antieke 2CV stationwagen, en die blijkt deel uit te maken van de collectie van het museumpje waarin we ons bevinden. In 1968 waren de communistische Noord-Vietnamezen in oorlog met de Zuid-Vietnamezen, die werden geholpen door de Amerikanen. Op 30 januari van dat jaar was het Tết Nguyên Đán, een feestdag ter viering van de lente. De Viet kong vielen op die dag onderwacht aan. Ze hadden zich goed voorbereid. Het huis wat nu museum is, was stilletjes door de Noorderlingen gekocht en omgebouwd tot geheime wapenoplagplaats. 


Pal op de plek waar we koffie hebben zitten drinken zit een luik in de vloer, waardoor we ons in het geheime soutterrain kunnen persen. En daar staat nog een hele collectie AK42's en ander wapentuig. Op de eerste dag van het Tet-offensief stroomden hier vijf gewapende groepen de stad in, en zaaiden schrik en verderf rond. Velen sneuvelden zelf ook. Met de lelijke eend waren de wapens de stad in gesmokkeld, goed gecamoufleerd.

De volgende stop is het Palais de la Réunification, dat zetel was van de president van Zuid-Vietnam. Het is gebouwd in de zestiger jaren en is prachtig versierd van binnen. Het staat op de plek van de Palais Norodon van de Fransen. Hier braken in 1975 de tanks van de Noordelingen door de hekken van het paleis: de val van Saigon. Gelukkig is het nu hier allemaal een stuk vreedzamer. De oorlog is niet vergeten, maar het opstoten van de verenigde vietnammen in de vaart der volkeren heeft voorrang, en dat gaat als een speer. 





We bezoeken het Công Xã Paris plein in het hartje van Saigon, met de Notre Dame, die in de steigers staat wegens renovatie, en het oude Franse postkantoor. 

In de hal kun je de dakconstructie zien met groene ijzeren balken met duizenden klinknagels. Dit lijkt weliswaar op de methode die gebezigd is bij de Eiffeltoren uit dezelfde tijd, maar alle gidsen liegen dat Eiffel dit postkantoor heeft gebouwd. 


Onvermijdelijk hangt er een groot portret van Ho Chi Minh in de hal. We zijn tenslotte hier in Ho Chi Minh stad.

's Avonds gaan we naar het waterpoppentheater. Dat is een typisch Vietnamese folklore, en zeer de moeite waard. De voorstelling bestaat uit een serie eenvoudige humoristische scènes uitgevoerd met kleurig beschilderde poppen. 



De stokken en touwtjes waarmee ze worden geanimeerd zijn niet zichtbaar in het troebele water.




Een klein orkest verzorgd de muziek en zangers voorzien de poppen van stemmen. De mensen op de eerste rij worden af en toe flink natgespat. Aan het einde van de show nemen de kletsnatte poppenspelers vrolijk het applaus in ontvangst.






Reacties

Populaire posts van deze blog

Naar Vietnam

Het mausoleum van Ho Chi Min en de Van Mieu tempel

Cuc Phuong National Park en Van Long Nature Reserve